1.2.10

B. (8) verraste me eind vorig jaar met de uitspraak; "je bent een lief pappaatje". Hij zei het weliswaar toch enigszins in zichzelf gekeerd, maar die uitspraak uit zijn mond trof me niettemin. Dankzij zijn autisme is het bijzonder ongebruikelijk voor hem om zijn waardering voor anderen uit te spreken. Mijn jaar kon niet meer stuk. En ik had al een wens voor mezelf bedacht voor het nieuwe jaar, toen hij me opnieuw verraste, met een uiterst spontaan, en direct aan mij gericht "dankjewel!"
Ik had hem nog nooit spontaan iemand horen bedanken, en ik viel bijna om toen ik het hoorde (ik had midden in de nacht op zijn verzoek twee autootjes uit de kast gepakt die hij graag in bed wilde hebben).

Maar mijn wens voor het nieuwe jaar is nog niet ingevuld, want ik zou ook zo graag van hem eens een "welterusten, pappa" terug horen, wanneer ik hem 's avonds welterusten kus. Maar dat is denk ik nog een brug te ver.

Voor A. (6) heb ik ook een wens (ik zit er over te denken om ze beide vlak voor mijn verjaardag hiermee te confronteren. Dan weet ik ook eens wat ik voor mijn verjaardag moet vragen.. ;-).
A. is namelijk ontzettend nonchalant. Zijn inzet is nergens honderd procent, en bij spelletjes vecht hij onmiddellijk de regels aan, of verzint zijn eigen regels. Bij het paaltjesvoetbal in de zaal, waar ik met kromme tenen toeschouwer van was, sprong hij om zijn paaltje heen, roepend "hier staat mijn paaltje, schiet hem maar om". Hij bekommerde zich daarbij geen moment om de bal. Toen de juf hem daarop aansprak, met "zo schieten ze je paaltje straks om, hoor", toen had hij zijn antwoord al klaar: "ja dat wil ik juist". Ze zei er niets van. (Wat had ze ook moeten zeggen...)
En zo huppelt hij het hele leven door. Rap van tong, overal zijn woordje klaar, uiterst sociaal vaardig. Hij zal altijd verbaal contact zoeken, ook wanneer dat eens niet handig is, of niet aan de orde. Maar intussen lijkt niets hem echt te interesseren. Hij zat een jaar op Judo, maar dat was niets voor hem. Op zich had hij daar gelijk in, maar hij heeft ook nooit echt de moeite genomen om zich te verdiepen in wat er nou eigenlijk van hem verlangd werd. Dan zwemles, maar toen hij kon zwemmen was het zwemmen wat hem betreft over. Hij wilde niet meer. Vier proeflessen turnen, maar nog voor de eerste les begon, zei hij tegen een ander jongetje; "na die proeflessen zien ze me hier niet meer".
Maar goed ook.

Gaat hij het wel redden, met deze houding? Of wordt hij later in zijn leven wel op de een of andere manier geconfronteerd met dit gedrag, en kan hij er dan nog wat aan doen?

En dan nu de vraag die ik voor hem had bedacht: "vertel me je droom, iets wat je echt heel graag zou willen". Het zal mij benieuwen.
Voor zijn verjaardag (volgende week) wist hij ook al niets te verzinnen. "Want anders is het geen verrassing."
Meneer de wijsneus.