12.11.05

'Hé, hoe is het!' Ik was verrast iemand in deze vergadering te zien die ik kende. Ik schoof aan en we lachten even over vroeger. Toen ik even later aan de andere kant naast me keek was ik nog meer verrast. Waar normaal alleen maar grijze oude mannetjes met stoffige snorren en baardjes rond de tafel zaten, zaten nu, naast mij, naast elkaar twee jongedames. Niet onaardig om te zien bovendien.
De voorzitter deed blabla en nog eens blabla en toen kregen we een cocktail. Frambozen-bessen-kers, want het thema van de campagne was 'cocktail van succes' (ofzoiets). Nee, het was zonder alchohol, dat was expliciet zo besteld. De voorzitter zette na een slok zeer verongelijkt zijn glas weg. Alcohol! zei hij verontwaardigd en de juffrouw van de catering keek schuldig. Foutje. De voorzitter dronk het beslist niet. Wij wel, behalve het meisje naast mij, die om een glas water vroeg. Ze had net als haar buurvrouw lange haren, maar dan opgestoken. Bovendien had ze een donkere bril op, maar daarachter verscholen zag ik mooie donkere ogen. En haar kleding was formeel; een lange rok en een jasje. Waar haar buurvrouw met haar korte rokje, haar decolleté, haar loshangende haren en haar overdreven lach (kwam vast door de cocktail) een geheel open boek leek, wekte zij de indruk dat ze een cadeautje was wat nog opengemaakt moest worden. Ik merkte dat ik steeds meer gefascineerd raakte door haar en ik moest er inwendig om glimlachen.
Nog wat drinken? werd me even later gevraagd. Ja water, antwoordde ik. En toen zij naast me even later ook een nieuw flesje pakte en mij om een opener vroeg, wist ik niet waar ik die zo snel vandaan moest halen. Man, dit wordt te gek, dacht ik bij mezelf, terwijl ik wellicht de enige was die het zo voelde. Ik lag verdikke een beetje te kronkelen. De allerliefste vrouw thuis, twee kinderen, en dan verliefd! Wat een grap!
Ik had dit nog nooit meegemaakt. Ik zat in een vergadering naast een dame die ik nog nooit had gezien, waarvan ik de naam niet kende, en ik voelde het tussen ons knetteren. Ik voelde haar bewegingen en was me zeer bewust van de mijne. Als ze mijn kant op keek, voelde ik dat in mijn lichaam. Als ik uit mijn ooghoeken naar haar keek, dan zag ik de zachte rondingen van haar kin. Haar glimlach was mooi, haar bijdrage aan de vergadering ontwapenend. Ze moest naar woorden zoeken, maar deed haar zegje niettemin.
De vergadering was voorbij en ze stond op. 'Even de voorzitter een hand geven', zei ze. Mij kon die vent niets schelen, maar ik schuifelde toch achter haar aan. Toen het me te lang duurde liep ik naar de deur en wachtte daar op haar. Als vanzelfsprekend. Samen liepen we al keuvelend naar buiten en we ontdekten dat we volgende week weer in hetzelfde gebouw zouden zijn. 'Misschien zie ik je dan wel in de kantine,' grapte ik in het weglopen; 'dag!'.
Dan kan je nog zo neerkijken op mensen die vreemd gaan, maar nu begrijp ik ze wel een stuk beter. Ik zal niet zo snel stappen ondernemen om haar weer te zien, en sterker, ik heb geen idee of zij het net zo voelde als ik. Maar die middag heeft wel indruk gemaakt. Ondanks de sterke band met mijn eigen vrouw kan ik nog verliefd worden. Leuk, en toch weer niet.
Maar een meisje met een bril en opgestoken haren, ik weet nog steeds niet hoe ze heet en of ik haar ooit weer zie, heeft met een nog nadreunende klap voor altijd een heel klein plekje in mijn hart veroverd.