B. is nu tweeënhalf jaar en aan zijn verstandelijke vermogens mankeert niets. Alleen zijn spraak blijft zwaar achter bij zijn leeftijdsgenootjes, iets wat hijzelf heel handig weet te compenseren met gebarentaal. Aanvankelijk deden we maar wat, maar uiteindelijk hebben we de officiële gebarentaalboeken er maar bij gepakt. Als je al iets doet, doe het dan goed, dachten we. Dus B. weet nu bijvoorbeeld 'water', 'melk' en in dit seizoen zelfs 'kerstboom'. Maar voor sommige begrippen zijn gewoon geen gebaren. Zoals bijvoorbeeld voor 'Jip en Janneke', waarvoor B., heel knap, zelf een gebaar verzon.
En zo kon het gebeuren dat ik aan de kassa bij de Hema stond en B. naast mij, in de wandelwagen 'euh-euh-euh' zei en tegelijk het gebaar van 'Jip en Janneke' maakte. Dus ik zei; 'Jip en Janneke? Ik zie geen Jip en Janneke hoor.' Waarop B. het nog eens met meer klem herhaalde. Door zijn blik te volgen zag ik boven de kassa een rugzakje hangen dat in eerste instantie door een reclamebord aan mijn blik ontrokken was, met daarop inderdaad een afbeelding van Jip en Janneke. Dus ik; 'Jaaa! Knap hoor! Jip en Janneke!', waarna B. naar zijn hoofd greep 'euh-euh-euh'. 'Inderdaad, dat lijkt net een muts. Maar het is een rugzakje.'
Nooit zal ik meer de uitdrukking op het gezicht van de mevrouw naast me vergeten, die de conversatie had gevolgd. Ze moet verbijsterd zijn geweest over wat een vader nog uit de 'euh-euh-euhs' van zijn kind weet te halen.
Of zou ze ons allebei voor gek hebben versleten?