1.11.03

Ik had vlak voor het slapengaan het verhaaltje van Jip en Janneke voorgelezen. Zij knipten allemaal plaatjes uit. Natuurlijk ging dat fout en werden er mooie boeken aan gort geknipt, maar daar gaat het mij nu niet om. Nee, ze knipten aanvankelijk plaatjes uit van auto's en mooie dames. Bij die zin gloeiden B.'s ogen op; 'atta!'
Ik nam me voor om hem verder kennis te laten maken met het fenomeen 'schaar'. Nadat ik het verhaaltje had uitverteld ging ik de schaar halen, om die vanzelfsprekend in een autoblad te zetten. B. is compleet autogek. 'Welke zal ik uitknippen?' 'Emma-emma-emmaaa', zei hij met twinkelende ogen, hetgeen staat voor 'een BMW' (andere automerken kan hij ook onderscheiden, alleen de BMW is de enige die hij vocaal kenbaar kan maken). Natuurlijk gaf ik hem zijn zin.
Wat heb ik hem daar een plezier mee gedaan. Hij zat er eerst een kwartier mee in zijn hand en bewoog het BMW-silhouet over een denkbeeldige weg; 'heng heng!' Maar hij moest toch echt naar bed, misschien wilde hij de BMW mee naar bed nemen? 'Ja ja ja', was het overduidelijke antwoord. Verguld was hij met de BMW. Even later deed ik de slaapkamerdeur zachtjes dicht en hoorde ik nog zachtjes zijn laatste woordje; 'emmaa..'.
Toen later op de avond zijn moeder thuiskwam werd hij wakker en liet hij het niet na om, nog slaapdronken, haar de 'emma-emma-emmaa' te laten zien.
Wat een ontzettend vertederend gezicht om zo'n klein mannetje, overmand door de slaap toch nog, met een brede glimlach op zijn gezicht en één handje op een papieren auto, een automerk te horen zeggen.
Al is het 'emma-emma-emmaa'.